Donderdag 14 mei 2026, Tata Hongarije.

14 mei 2026 - Tata, Hongarije

Maar die Trees stuurde ons naar een door God verlaten bouwvallig pand...

Na een verkwikkende nachtrust en een onvergetelijk ontbijt stuurden we onze motoren door het heuvellandschap van Beieren richting Tsjechië. De lucht was grijs en overladen, door weeral die dreigende wolken. De thermometer op de display van mijn motor zei dat het 5 graden was. Niet echt het ideale motorweer. Maar het regende niet, en dat zou de hele dag zo blijven, die enkele druppels niet te na gesproken.

De gewassen in de Beierse valleien hadden alle schakering van groen, ik zou bijna zeggen "Fifty Shades of Green", met hier en daar een helgele strook van het koolzaad. Prachtig om te zien. Op verschillende plaatsen worden deze valleien een beetje ontsierd door de vele zogenaamde "Zonneparken". Grote oppervlakten van landbouwgrond worden ingenomen door massa's zonnepanelen die instaan voor de productie van evenveel kilowattuur. Beieren speelt een leidende rol in de energie transitie , zo vertelde Mijnheer Goegel me.

Een boogscheut verder staken we naadloos de Tsjechische grens over. De natuur bleef zo goed als onveranderd, alleen geen zonnepanelen meer, maar mooie pittoreske dorpjes met hun wit-geel geschilderde huisjes aan de kant van de weg met veelal een romantisch kerkje met een typisch Zuid-Boheems torentje met de gekende elegante "uienkoepel".

We passeerden het prachtige toeristische stadje Cesky Krumlof, maar stopten er bewust niet, omdat we daar vroeger zelfs meerdere keren zijn geweest. Echt de moeite waard! 

Tegen de middag, na een kleine 200 km door dat prachtige Zuid Boheemse landschap, bereikten we Gmund, een klein Oostenrijks stadje op de rand met de Tsjechische grens. Gmund is tevens de woonplaats van onze motorvriend Hans Martin, die ons uitnodigde voor een koffie en lekker streekgebonden gebak. Ik val in herhaling als ik zeg, "wat een kerel, zo lopen er geen twee rond op deze aardbol".

Na een aangename babbel en nog een foto als bewijsstuk, verlieten we Gmund en zetten koers richting Wenen. We stopten er niet, dat was ook niet de bedoeling, want ons eerste doel is het kasteel van Bran in Roemenië. Of toch juist wel, maar dan alleen omdat mijn GPS even de weg kwijt was en wel tot driemaal toe de verkeerde afslag nam op de ring rond de stad. Die GPS toch hé....

We namen de autostrade richting Boedapest, maar vergaten een Oostenrijks wegenvignet te kopen. Gelukkig geen controles.

Bij de grens met Hongarije stopten we even om bij te tanken voor man en machine en een wegenvignet voor dat land te kopen. We kochten een vignet voor tien dagen, omdat we na Roemenië nog even terug door Hongarije zouden gaan alvorens Slovakije in te trekken. Toen ik mijn kasticket als bewijs voor de aankoop van het vignet niet meer direct terug vond, stand ik daar niet echt bij stil.

Net op de grens met Hongarije werden we afgeleid naar een kleine parallelweg waar een politieagent "random" voertuigen deed stoppen. Ik had prijs, en hij vroeg of ik een vignet had gekocht. Ik zei: "Ja mijnheer ik heb dat". Hij zei iets wat ik niet verstond maar aan zijn lichaamstaal zag ik dat ik moest doorrijden. Stond er dan: "Eerlijk man" op mijn helm geschreven...

We reden nog een tijdje verder over dezelfde autostrade en zochten een parking op voor koffie en warme chocomelk. Mevrouw Boeking vond na enige aarzeling een hotel in de buurt van Tata een kleine 40 km verwijdert van Boedapest.

Maar die Trees, ik ben één van de weinigen die mevrouw Boeking met haar voornaam mag aanspreken, stuurde ons naar een door God verlaten bouwvallig pand, 15 km uit de buurt van het echte adres. Gelukkig was er een jonge knaap in de buurt, ik schatte hem 13 á 14 jaar, die al spelende met zijn smartphone me het juiste adres doorstuurde. Intussen was ik Jos kwijtgespeeld tengevolge van het uitvallen van zijn internet verbinding. Maar eind goed al goed zegt men soms. We parkeerden onze motoren veilig tegenover de hoofdingang van ons hotel. De dagteller wees 508 km aan.

Het hotel had geen restaurant, in tegenstelling tot wat Mijnheer Goegel me verteld had. Mijnheer Goegel, ijdel als hij is, laat zich niet aanspreken met zijn voornaam, nog niet...

Maar er is een KFC aan de overkant van de straat, zei de vriendelijke dame van de hotelreceptie. Aan de overkant kan soms ver zijn en nog bergop ook. Goed in het zweet bestelden we iets dat er eetbaar uit zag volgens de foto's op het elektronisch bestelbord. Aan zout geen gebrek, en volgens Jos was waarschijnlijk het dopje van het zoutvaatje losgekomen en er alzo een groot deel van de inhoud ervan op onze frieten was terecht gekomen. Maar we hadden honger en het deerde ons niet echt.

Old Lake Golf Club & Hotel is de naam van het hotel hier in Tata. Laat ons hopen dat het hotel even veel inhoud heeft als zijn naam.

Nio Wa i kare mukene,

H.

4 Reacties

  1. Ceulemans Armand:
    14 mei 2026
    Al een hele boterham zulk reisverhaal. We voelen ons achterop de motor zitten. 👍👍
  2. Bart en Frieda:
    14 mei 2026
    Weer leuk om te lezen Herman. We zijn weer helemaal mee. Geniet ervan en hou het veilig! Tot horen Bart, Frieda
  3. Els:
    15 mei 2026
    Wat fijn da we weer de leuke reisverhalen kunnen lezen 👍👍
  4. Frans Dupon:
    15 mei 2026
    Niet op uw helm, maar op je voorhoofd. Herman....